Huiselijk geweld abnormaal

Het zijn kleine berichtjes. Vallen meestal niet eens op. Man mishandelt vrouw (soms andersom). Ik kan er met mijn hoofd niet bij. Vaak gebeurt het uit onmacht, bij elkaar moeten leven terwijl de liefde weg is, en daar niet mee om kunnen gaan. En het slachtoffer onder gaat het gelaten, en denkt meestal dat het wel over zal gaan, soms luwt het even, maar blijkt het al snel een stilte voor de storm. Weg gaan, bij de partner kunnen ze vaak niet, bang voor represailles, het weg houden van kinderen, onzekerheid over de toekomst, hopen op betere tijden, misschien komt de liefde weer terug en houdt het geweld op. Tot dat het genoeg is. Maar waar kom je dan in terecht? Aangiften doen, tegen iemand waarvan je ooit gehouden hebt, is zwaar. En ondanks de pijn, de angst, blijven ze liever, en proberen de lieve vrede te bewaren.
Het geweld is niet altijd fysiek, naast het aanbrengen van lichamelijk letsel, draait het vaak ook om geestelijke marteling, het verwaarlozen van mensen, kleineren, schofferen. Het weerloos maken van de ander. Van een sterk persoon een hoopje niets maken. Het controleren van het leven, nooit zonder toestemming van de ander, nog dingen mogen doen.
Zoals elke vorm van geweld, is huiselijk geweld, niet normaal. Het is net zo zinloos als een oorlog in een vreemd land, en dient uitgebannen, te worden. Ruzie maken kan, het hoort thuis in elke gezonden relatie, maar een persoon consequent pijn doen uit onmacht, is een ongezond fenomeen, dat onder het kopje abnormaal geschaard dient te worden.
Er dienen meer campagnes vanuit Den Haag opgestart te worden, geef aan, hoe andere mensen, signalen kunnen waarnemen, zodat er op tijd actie plaats kan hebben vanuit de diverse instellingen, want als liefhebben over gaat in oorlog, zijn er alleen nog maar verliezers (zowel het slachtoffer, als de dader).

Encounter

Ik ben met de bus naar de stad gegaan. De stad, als in naar het centrum, daar waar de actie is. Een vergadering van Groen Links. Ik ging wat vroeger, omdat ik van Rotterdam houd, en om dan even van te voren ergens op een terrasje neer te strijken met interessant leesvoer en een palmpje. Ik liep over de Witte de Withstraat en zag dat het bij Hotel Bazar op de hoek erg gezellig was en nam plaats op een stoeltje bij een verder leeg tafeltje, ondanks de drukte. Aan een ander tafeltje zaten twee heren, nou ja, heren, die benaming associeer ik meestal met mannen in pak, wit overhemd en stropdas, maar deze heren droegen een korte broek en een hemdje, wat ook beter bij het weer paste en wellicht ook beter bij hun bezigheden (ik zag een paar koffers).
Ik kreeg uitnodigende opmerkingen en wimpelde deze vrolijk weg, mijn “gezellig” was een andere dan van de heren. Bij de pui kwam een plekje vrij en ik verhuisde met mijn spullen en drankje naar de bank tegen de pui en kon me toen even heerlijk installeren. Alle publiek die langs liep kon ik vanuit mijn ooghoeken gadeslaan en sommigen ook heerlijk nakijken, want ik geef mijn ogen graag goed de kost.
Een van de heren, die het meest spraakzaam was, gaf me een hand toen ze weggingen en wenste me een genoeglijk verblijf, het hotel is prima sprak hij, met een knipoog.
Rechts van mij zat een ouder echtpaar, ze wachtten vol begerigheid en bij voorbaat genietend op een bestelde maaltijd.
Als ik voor de zoveelste keer op kijk van mijn papieren, komt er een dakloze op me toe gelopen. Een beetje schichtig, hij heeft een stapeltje boekjes in zijn armen. Hij spreekt me zacht aan, ik versta hem niet meteen, dus hij herhaalt “heeft u wat geld voor me zodat ik vannacht een slaapplaats kan betalen?” Ik geef hem een handje vol kleingeld, ik denk bij elkaar ongeveer 1,50. Ik geef altijd.
De bedrijfsleider was naar het terras gekomen en keek de dakloze aan, ik vraag met een knik en zonder woorden aan hem of dat niet mag, nee, zegt hij, we proberen te voorkomen dat ze komen vragen om geld. De bedrijfsleider deed verder niks, was niet boos en de dakloze man is gewoon weggegaan. De dame naast me, die op haar eten wacht, zegt: “nou dat u dat doet, je weet maar nooit, wat ze dan doen en waar hij het aan besteedt”.
Ik zeg tegen haar dat 80 % van de armoede in Nederland een oorzaak heeft door de te late of verkeerde interventie van overheid en instanties, de bureaucratie, en dat het niet aan mij is om te oordelen waarom hij om geld moet bedelen. Dat het ook niet aan mij is om te oordelen en te bepalen of hij het wel voor een slaapplaats besteedt of misschien voor drugs of alcohol, ik weet dat vaak wordt gedacht.
Het is niet aan mij om te oordelen waarom en waardoor hij dakloos is geworden. Ik zeg tegen haar, dat hij vast ook het liefst net als ik lekker relaxt zou willen zitten met een biertje op een terrasje, maar dat zijn levensomstandigheden anders hebben bepaald. Ze knikt, niet helemaal overtuigd, maar wel met een blik van “ja daar zit wel wat in”. Haar eten en van haar metgezel wordt gebracht en ze vallen er op aan alsof zij uitgehongerd zijn. Verderop komen nieuwe klanten zitten, als Miraldo hun bestelling komt brengen, krijgen ze er een karafje water bij.
Jaren geleden waarschuwde men mij dat ik nooit wat moest geven, ik wist nooit waarom, maar “zulke mensen” besteedden hun geld altijd verkeerd, was dan het antwoord. Toen ik Arnhem woonde heb ik veel geleerd over de achtergronden. Ben benieuwd wie zich hier zelf ook weleens in verdiept heeft, omdat je pas dan kan oordelen.

#Joost mag het weten

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.342 other followers