Het leven
29 juli 2010 Geef een reactie
We zijn reisgenoten, zij en ik, al zolang ik me kan herinneren. Ze is geen prettig gezelschap, sterker nog, ik begrijp haar niet. Ze heeft ook nog nooit de moeite genomen me rechtstreeks aan te spreken. Maar vandaag hoor ik ineens de verandering in de tred van haar passen. Haar voetstappen weergalmen de aankondiging van haar woorden. Met een simpel handgebaar vraagt ze me onze bagage neer te zetten. Mijn veel te zware rugzak belandt aan mijn voeten in het natte gras. De striemende pijn in mijn schouders gaat verloren in het eerste geluid van haar stem, zacht, zingend, onverwacht warm. Ze noemen haar “Het Leven” ..
“Ik heb je lief” zegt ze tegen me, en ze kijkt erbij alsof ze het meent. Ongelovig haal ik mijn schouders op. Ik zei het net al, ik begrijp haar niet. Een zucht ontsnapt aan mijn lippen.
“Wat moet ik met jou?” vraag ik haar onomwonden., met in die woorden de wanhopige vragen om antwoord. Al wil ze maar een van de vele mysteries die ze bij zich draagt prijsgeven. Maar ze zwijgt. Het is een zware, onprettige stilte. Mijn vragen blijven hangen in de mist die zich tussen ons optrekt.
“Ik heb je lief” zegt ze nog een keer, en deze keer klinkt haar stem nadrukkelijker.
“Ja? En?” vraag ik haar, machteloos en met tranen in mijn stem. “Waarom moet ik jouw bagage dragen? Waarom sta ik er alleen voor? Wat heb je nog meer voor ellende voor me in petto?” Ik smeek haar me te vertellen waarom, maar ze blijft zwijgen.
“Ik ben bang voor je” “IK BEN BANG VOOR JE” schreeuw ik haar toe.
Ze kijkt me aan, door de mist die steeds dikker lijkt te worden, en in haar ogen zie ik mijn eigen woeste razernij. Ik zie mijn pijn in haar ogen, ik voel haar pijn in mijn hart.
“Omdat iedereen je zo aanbidt, omdat het nu eenmaal wenselijk is dat je van het leven houdt, moet ik daarom van je houden? Of moet ik van je houden omdat je me zogenaamd zoveel te bieden hebt?” Ze maakt me cynisch, hard, razend, mijn gedachten zijn niet meer te stuiten. Ik wil dat ze nu eindelijk eens weet hoe ik over haar denk. Een stortvloed van kritiek braak ik volledig respectloos over haar uit. “Van jou houden? Van je duisternis, je onvoorspelbaarheid? Van je grilligheid en je gebrek aan mededogen? Ik haat je!”
Mijn woorden komen als zweepslagen, met gebalde vuisten sta ik tegenover haar in de mist. Ze laat me begaan, in haar houding bespeur ik zelfs een voorzichtig begin van begrip. En ze zwijgt, een ondoorgrondelijk zwijgen, ik proef de stilte op mijn lippen.
“Laat me gaan” smeek ik haar. Ze lijkt totaal ongevoelig voor mijn smeekbeden, niet geroerd door mijn tranen. Onwrikbaar. Onverbiddelijk. Zachtjes zie ik haar hoofd resoluut heen en weer gaan in een nee-schuddende beweging.
“Probeer me te begrijpen” zegt ze zacht. “Verwacht niet zoveel van me, maar probeer me te begrijpen”.
Want de keerzijde van mijn duisternis is jouw licht
De keerzijde van mijn onvoorspelbaarheid is jouw lot
De keerzijde van mijn grilligheid is jouw baken
Heb mededogen..met mij…zoals ik dat met jou heb”
Hoewel ze bijna fluistert hoor ik onmiskenbaar de kracht in haar woorden. En de onuitgesproken belofte in haar stem. Een fluistering van liefde.
De mist die tussen ons in hing was opgetrokken en ik keek haar recht in de ogen. Het Leven, daar stond ze, trots, zelfverzekerd en strijdbaar. Ik zie mezelf in haar. We moeten samen verder. Zij en ik. Misschien sluiten we ooit nog eens vriendschap .. ooit.
Ze doorbreekt de stilte door de inhoud van de rugzak op het natte gras uit te stallen. Ze rommelt wat, stopt een paar dingen terug en laat wat liggen in het natte gras. Dat hoeft niet meer mee. We moeten verder. Zij en ik. En even .. .is de rugzak iets minder zwaar. Ons reisdoel … ligt nog open.
(schrijver onbekend)

